Globaal relevant
Een enkele norm zou moeten volstaan voor de hele planeet. Maar zoals Willem Elsschot al schreef: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Een internationale norm (ISO norm) zou identiek kunnen zijn voor alle landen. Dat houdt ook in dat er in al die landen een verplichting zou moeten bestaan om die internationale norm zonder wijzigingen over te nemen als eigen nationale norm. Daar wringt de schoen.
Onze Europese normenorganisatie CEN heeft bijvoorbeeld een overeenkomst met ISO (de zgn. ‘Vienna Agreement’) om geen dubbel werk te doen en ISO normen via een parallelle stemprocedure ook als Europese normen te aanvaarden. Dat houdt meteen ook de aanvaarding in als nationale norm in 31 landen en het schrappen van conflicterende nationale normen. Buiten CEN geldt echter geen enkele verplichting om ISO normen in het eigen normenbestand op te nemen. Sommige landen gaan er prat op dat zij zich laten ‘inspireren’ door de ISO normen. Andere landen doen wel mee met goedkeuren van de ISO normen, maar houden ondertussen vrolijk vast aan hun eigen normen.
Ook de ISO normen, die niet onder de Vienna Agreement opgesteld werden, vallen tussen wal en schip. Want in Europa kan er gemakkelijk een Europese norm over hetzelfde onderwerp bestaan.
U denkt misschien dat het al heel wat is als wij het over 95% van de normen eens zijn. We kunnen dan aparte paragraafjes maken over de dingen waarover wij het niet eens zijn. Echter: de norm moet uiteindelijk dienen om overeenstemming met de wet te bewijzen en van een norm met meerdere mogelijkheden wil de Europese Commissie niets weten. De 5% waarover wij het niet eens zijn, mogen wel in een aparte norm beschreven worden. Dat noemen we een technische specificatie (TS). Europa kan dan de basistekst combineren met TS x, de VS met TS y, etc. Zo hebben wij het probleem met de wetten opgelost, maar spijtig genoeg nog niet de praktische bezwaren.
Stel, wij proberen een internationale norm te maken over zonnebrillen. Uiteraard moeten wij die zonnebrillen testen. Dat gebeurt het best op een soort genormeerd proefhoofd. En daar beginnen de problemen weer, want er bestaat niet zoiets als een universeel hoofd. Het gezicht van de gemiddelde Europeaan ziet er nu eenmaal niet uit als dat van de modale Chinees en het gemiddelde van die twee past allicht voor geen van beiden. Bovendien moeten PBM’s aangepast zijn aan de fysionomie van de gebruiker. Dus toch maar weer naar een internationale norm met een Europees, een Chinees, een Amerikaans luikje. Globaal relevant, maar met zijsprongetjes!
Fred Foubert is werkzaam bij Centexbel in Gent en verantwoordelijk voor het opvolgen van normalisatie.

